Je hoofd begrijpt het al, maar je lichaam volgt nog niet
- Yves Cambron
- 9 jan
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 23 jan
Je weet wat er speelt. Je hebt het al uitgelegd aan jezelf. Je hebt inzichten genoeg.
En toch: op de momenten dat het ertoe doet, gebeurt het opnieuw. Je schiet aan.
Je gaat over je grens. Of je klapt dicht.
Dat is niet omdat je “niet sterk genoeg” bent. Dat is omdat je lichaam één vraag belangrijker vindt dan al je plannen: ben ik veilig?
Als je systeem het antwoord “nee” voelt, dan wint bescherming het van inzicht. Altijd.
En dán is de weg vooruit geen extra analyse. Dán is de weg vooruit: je systeem leren schakelen.

Waarom inzicht alleen vaak niet volstaat
Inzicht is waardevol. Maar inzicht is “bovenaan”.
En jouw stressreactie komt meestal “van onderuit”: adem, spierspanning, hartslag, buikgevoel, prikkelverwerking. Dat is je autonome systeem: een intern bewakingssysteem dat continu scant of het veilig is — ook als jij rationeel weet dat alles oké is.
Daarom kan je brein zeggen: “Komaan, dit is nergens voor nodig.”Terwijl je lijf al lang beslist heeft: “We blijven op scherp.”
Die kloof is precies waar we op werken.
Niet door nóg meer te begrijpen. Wel door je systeem te leren schakelen.
De 3 standen die je waarschijnlijk herkent
Je hoeft geen theorie te kennen om dit te herkennen. Je kent dit al — omdat je het voelt.
Aanwezig
Je bent aanwezig. Je adem zakt. Je kan verbinden. Je kan kiezen. Je bent helder.
Op scherp
Je bent functioneel, maar strak. Je hoofd gaat sneller. Je wil controle. Je bent sneller geïrriteerd, gejaagd, perfectionistisch, “druk in je lijf”.
Uit contact
Je energie zakt weg. Je wordt vlak. Je stelt uit. Je hebt weinig zin in mensen. Je doet wat moet, maar zonder levendigheid.
Veel mensen proberen zichzelf vooruit te duwen terwijl ze op scherp staan, of terwijl ze eigenlijk al uit contact zijn. Maar dan wordt discipline een gevecht. Wat je eerst nodig hebt, is een gevoel van genoeg rust en veiligheid in je systeem.Pas dan komt er ruimte om opnieuw te kiezen.
Dus: wat brengt jou terug naar aanwezig?
De snelste ingang: je adem
Je adem is uniek: het is een automatische functie van je autonome systeem én tegelijk iets dat jij bewust kan bijsturen.
En daar zit kracht in.
Wat je moet onthouden is simpel:
Inademen is eerder “activeren”.
Uitademen is eerder “ontladen”.
Langer uit dan in is meestal een directe boodschap van rust naar je systeem.
Je hoeft dat niet te geloven. Je kan het letterlijk voelen: je hartslag versnelt licht bij inademen en vertraagt bij uitademen.
Dat is de reden waarom ademwerk (goed aangeleerd) zo betrouwbaar is: het spreekt de taal van je lijf.
Oefening 1 — 90 seconden “lange uit”
Wanneer: je merkt “ik sta aan”, je adem zit hoog, je hoofd versnelt.
Hoe:
Adem rustig in door je neus (kort en zacht).
Adem uit door je neus of met licht getuite lippen (langzaam en langer dan je inademing).
Herhaal 8–12 rondes.
Focus: de uitademing is je stuur. Niet forceren, niet “hard werken”.Een langere uitademing helpt het systeem naar rust te schakelen.
Oefening 2 — 10 minuten “ritme-ademhaling” (dit is je training)
Wanneer: je wil niet alleen even kalmeren, maar structureel meer veerkracht.
Hoe (kies één ritme dat haalbaar blijft):
Optie A: 5 tellen in – 5 tellen uit
Optie B: 4 tellen in – 6 tellen uit (als je makkelijk kan vertragen)
Duur: 10 minuten, idealiter 1–2x per dag. Dit ritmisch ademen rond ~6 ademhalingen per minuut is een klassieke coherentie-insteek; als het te ingewikkeld wordt, is 5–5 perfect.
Oefening 3 — 2 minuten “stem-uitademing”
Wanneer: je bent onrustig, maar stil ademen voelt te “inwendig” of te moeilijk.
Hoe:
Adem in door je neus.
Adem uit met een zachte brom/neurie-toon (alsof je je uitademing lengte geeft).
6–10 rustige herhalingen.
Waarom dit vaak snel werkt: het verlengt je uitademing en geeft je systeem een signaal van ontlading.
Tip
Kies één oefening en doe die 10 dagen. Dan pas evalueer je.
Kleine waarschuwing
Als je snel duizelig wordt, tintelingen krijgt, benauwd wordt of hartkloppingen voelt: forceer geen ademtechnieken. Dit kan passen bij een hyperventilatiepatroon of stress-ademhaling. Laat het checken als je twijfelt.
De echte doorbraak: je “open-knoppen” leren kennen
Je systeem gaat niet alleen “aan” door stress. Het kan ook “open” door kleine signalen van veiligheid.
En dat kan heel eenvoudig zijn:
zon op je gezicht
een warme douche
één persoon bij wie je zakt
natuur
een bepaalde muziek
een geur
een trage wandeling zonder doel
Maak het concreet.
Schrijf 10 dingen op die jou écht helpen zakken.
Niet wat je zou móéten helpen — wat je daadwerkelijk voelt.
Dit is geen fluff. Dit is strategie: je geeft jezelf opties voor de momenten dat je systeem het overneemt.
Als je dit herkent: je bent niet stuk
Veel mensen dragen schaamte rond dit onderwerp.
Alsof “aan staan” betekent dat er iets mis is met jou.
Maar in essentie is het omgekeerd waar: jouw systeem is niet zwak. Het is loyaal. Het probeert je te beschermen. Alleen is het soms te lang in die bescherm-stand gebleven.
Mini-plan: 10 dagen, super eenvoudig
Als je graag iets wil dat haalbaar blijft:
10 dagen lang:
1x per dag: 10 minuten 4 in – 6 uit (of 5-5)
op stressmomenten: 2 minuten uitademing-anker
3x per week: 2 minuten neuriën
Noteer na dag 10 één ding:
herstel je sneller na stress?
ben je minder prikkelbaar?
zit er meer ruimte tussen trigger en reactie?
Dat is waar we op mikken: ruimte.
FAQ
Waarom voel ik stress terwijl alles “oké” is? Omdat je autonome systeem signalen kan oppikken die je brein niet bewust registreert.
Wat is hartcoherentie in mensentaal?
Dat je hart en adem meer in hetzelfde ritme vallen, wat vaak als rust en helderheid wordt ervaren. Dat ritme ligt vaak rond ~6 ademhalingen per minuut.
Hoe vaak moet ik dit doen om effect te voelen?
Zie het als training. 10 minuten, 2x per dag is een klassieke basis.
Wat als ik duizelig word van ademhalingsoefeningen? Stop, vereenvoudig (5-5), en forceer niets. Duizeligheid/tintelingen/benauwdheid kunnen samengaan met hyperventilatie-achtige patronen.
Tot slot
Als je voelt: “Ik wil dit niet alleen snappen, ik wil dit verankeren,”dan is dat exact waar begeleiding of een traject voor dient: structuur, herhaling, en een veilige opbouw die bij jouw systeem past.


